Wormen voor de grondverbetering

Een worm is een probleemoplosser voor de waterhuishouding in de grond.

Grondstructuur wordt verbeterd door de wormen. Daardoor heeft u een betere bodemvruchtbaarheid en zodoende een betere opbrengst. Ziektes en schadelijke schimmels krijgen hierdoor minder kans om door te dringen. Het biologische evenwicht en de structuur in de bodem wordt hersteld op een natuurlijke manier. Wormen inzetten heeft alleen maar voordelen.

Regenwormen

Dat regenwormen een belangrijke rol spelen bij het leveren van kunstmest wordt door verschillende onderzoekers onderschreven. Uit een studie van Wageningse, Amerikaanse en Braziliaanse onderzoekers blijkt dat gewasopbrengst tot wel 25 procent kan toenemen.

Zo stelt Ingrid Lubbers: “Als er regenwormen aanwezig zijn, neemt de gewasopbrengst met gemiddeld 25 procent toe, en de bovengrondse biomassa met 23 procent. (…) Al met al kunnen we dus concluderen dat regenwormen een bijzonder positief effect hebben op de gewasproductie.

Lees het gehele artikel om meer te weten te komen over de positieve invloed van wormen op de opbrengst van gewassen.

“In Nederland zit veel fosfaat in de grond, voor een flink deel van de kunstmest die in het verleden is toegevoegd. Planten kunnen deze chemisch gebonden restanten niet goed opnemen. Onze experimenten in de afgelopen jaren wijzen echter uit dat in de uitwerpselen van de regenwormen het fosfaat opeens veel beter beschikbaar is voor de planten, soms wel met factor 100 tot 1000! Dat de beschikbare hoeveelheid fosfaat in de wormenpoep zoveel hoger ligt komt door een combinatie van processen. Regenwormen eten niet alleen organische stof op, maar ook bodemdeeltjes. Hun darmstelsel fungeert als een soort chemische reactor waarin de oude kunstmestfosfaat in de deeltjes opeens veel beter oplost. Deze resultaten bieden hoop voor de toekomst omdat Fosfaat een eindige grondstof is . De schattingen over hoe lang we nog kunstmest kunnen produceren variëren tussen de 50 en 200 jaar “fosfaat zit om wel 30 of 40 mee vooruit kunnen “
prof.dr.ir. J.W. van Groeningen
Wageningen University & Research